Open je ogen en zet elke stap in alle ernst.
Open je ogen vanbinnen, in deze prachtige stad van het hart, en kijk om je heen en zie deze mooie lanen. En zie de vrede naar je toekomen. En sta stil. Sta heel, heel stil, zodat de vrede je kan vinden. Verroer je niet. Verroer je niet.
Laat haar komen, laat haar je raken, laat haar je omhullen.
Laat die mooie liefde vanbinnen komen en je dragen. Sta stil. Heel, heel stil.
Niet verstopt in een hoek van een idee, of van een droom. Maar in de breedste laan, midden op de drukste kruising.
Wees openlijk, terwijl je stil staat.
Doe geen verdwijntruc.
Dit is niet de tijd in je leven — elke dag die je gegeven is, is een dag waarop je de stad van het hart kunt bezoeken, en het is niet de tijd om je «bescheiden» voor te doen — nee. Het is de tijd om openlijk te zijn.
Zoals dit leven openlijk is. Zoals deze adem openlijk is — nietwaar? Openlijk.
Jouw bestaan is openlijk, het is niet verstopt onder een rots op een berg.
Het is niet verstopt onder het gras in een weelderig woud. Hier is het openlijk. Jouw zoektocht is openlijk.
Het is er altijd geweest, en het streeft ernaar zich te vervullen.
En de magie aller magie, het wonder aller wonderen is gebeurd: jou is het leven gegeven.
Jou is een leven gegeven opdat dit kon gebeuren. Opdat dit zich kon manifesteren.
Wat is dit bestaan? Onderschat het niet.
Wat is dit bestaan? Ik zal je zeggen wat dit bestaan is.
Het is behoorlijk bijzonder. En weet je waarom het bijzonder is?
Omdat het een brug is; het is een ongelooflijke brug tussen het eindige en het oneindige.
Hier gebeurt het. Hier ontmoeten de twee elkaar.
Dit is de drempel waar de twee elkaar kunnen ontmoeten — waar de sterfelijke de onsterfelijkheid kan ervaren.
Niets anders.